Laatst gewijzigd:
16-7-2004

Auke’s website is  bereikbaar via: www.fryskdagboek.nl

Deze website is ook te bereiken via: friesestabij.nl/auke

Jachttraining

Op deze pagina

De Friese Stabij als jachthond

De Friese Stabij is een jachthond en beschikt over een bijzonder goede neus. Helaas worden de Friese honden niet zo vaak meer getrained als jachthond en dat betekent dat het gevaar bestaat dat de jachteigenschappen in de Friese rassen verloren gaan. Gelukkig is de Jacht en Werk Commissie van de NVSW heel actief in het promoten van de jachttraining en is er een aantal fokkers (helaas nog veel te weinig) die de jachteigenschappen via hun fokprogramma proberen te behouden. Veelal verwachten zij dan van hun puppykopers dat zij ook een jachttraining gaan volgen.

Het volgen van jachttraining houdt overigens niet de verplichting in tot jagen. Er zijn veel honden die met hun baasjes een jachttraining volgen, maar nooit zullen gaan jagen. Jachttraining wordt meer en meer een hondensport. Ieder jaar worden jachtproeven georganiseerd, waar de combinaties ‘voorjager’/hond hun beste beentje/pootje voorzetten om de felbegeerde diploma’s te behalen. Hier is het competitie-element van belang, anders dan bij het daadwerkelijke jagen, waarbij het meer gaat om de praktische inzetbaarheid van de honden.

Wetterhoun Haske van de Kraay Heide (voorjager Peter Hijmans)
brengt een verloren apport over water terug, Appelscha 2003

Kennismaken met jachttraining

De Jacht en Werk Commissie (JWC) van de NVSW is zeer actief bezig om het werken met de Friese hondenrassen en de jachttraining in het bijzonder te promoten. Dit doet zij onder meer via:

  • werkproevendag in Appelscha: dit jaarlijks terugkerend evenement (meestal in mei) is zowel voor beginnende als gevorderde voorjagers
  • introductie jachthondentraining Heino: ieder jaar in februari, eerste kennismaking met jachttraining, veel informatie en een stukje praktijk
  • deelname aan de jaarlijkse jachthondenproeven in Beesd (KNJV / Vereniging Drentsche Patrijshond / NVSW)
  • geven van advies en informatie

De leden van de JWC geven graag informatie. Meer weten? Ga naar de NVSW-site.

Het volgen van jachttraining

Heeft u kennisgemaakt met de jachttraining en wilt u hierin verder gaan, dan heeft u over het algemeen drie mogelijkheden om een jachttraining te volgen:

  • Cursus zelfopleiding jachthonden KNJV
  • Jachttraining via een hondenschool
  • Wintertrainingsgroepen NVSW

De KNJV verzorgt trainingen in een aantal gewesten. Ieder jaar, rond februari/maart, verschijnt in het blad ‘De Nederlandse Jager’ een overzicht. De trainingen beginnen meestal in maart/april en eindigen als de jachtproeven beginnen in augustus. Om deel te nemen hoeft u geen lid te zijn van de KNJV. De KNJV-cursus wordt niet voor niets een ‘zelfopleiding’ genoemd. Het is de bedoeling dat u zelf thuis en in het veld met uw hond traint. Tijdens de cursus heeft u echter de mogelijkheid om onder begeleiding de onderdelen verder uit te werken. Een groot deel van de deelnemers en trainers zal ook daadwerkelijk jagen.

Steeds meer hondenscholen in Nederland breiden hun cursuspakket uit met een jachttraining. Het zijn er nog niet veel, maar het aantal is groeiende. Informeer bij uw eigen hondenschool of zoek op internet naar de dichtsbijzijnde mogelijkheid.

De Jacht Werk Commissie stelt ieder jaar een lijst samen met NVSW-leden die in de winter door willen trainen. De trainingen zijn door de deelnemers zelf te regelen. De lijst is ingedeeld per regio, en zo kunt u zelf contact leggen met de mensen waar u mee zou willen trainen. Het leuke van de wintertraining is dat met dezelfde rassen wordt getrained, en ieder ras heeft nu eenmaal zijn specifieke kenmerken. Meer info via de JWC.

Wintertrainingsgroep regio Utrecht 2003: op de voorgrond Bram v/d Stinzenhiem met voorjager Herbert van Dommelen, daarachter Boukje v/d Stinzenhiem met voorjager Bruno van Loo die ook de foto heeft geleverd.

De jachtproeven

De KNJV-jachthondenproeven zijn als volgt opgebouwd.

C-diploma

  • Proef A: het aangelijnd en los volgen. Volgens een vast parcours in de vorm van een diabole, het zgn. 8-je lopen.
  • Proef B: vooruitsturen en komen op bevel. De hond wordt vrij uitgestuurd en moet minstens 40 meter afstand nemen van de voorjager en vervolgens direct komen op bevel.
  • Proef C: het houden van de aangewezen plaats. De hond wordt uit het zicht van de voorjager een plaats gewezen en moet hier minstens 2 minuten blijven. Het maakt niet uit of de hond zit of af ligt.
  • Proef D: kort apport te land. Zichtbaar voor de hond wordt een stuk wild (konijn) geworpen en de hond moet dit apporteren en aan de voorjager aanbieden.
  • Proef E: apport uit diep water. Er wordt - nadat er een schot is gevallen - een eend in het water geworpen en de hond moet deze apporteren en aan de voorjager aanbieden.

B-diploma

  • Proeven A t/m E plus:
  • Proef F: verloren apport te land. In een dichte dekking wordt een stuk wild gelegd op ongeveer 40 meter van de plaats waar de hond wordt ingezet, de ‘valplaats’ is voor de voorjager niet zichtbaar. De hond moet het wild binnen een voor hem/haar redelijke tijd binnen brengen.
  • Proef G: het markeerapport te land. Zichtbaar voor de hond wordt (op ± 80 meter) een schot gelost en een eend geworpen. De hond moet deze op de kortst mogelijke wijze markeren - de valplaats binnen een straal van 1 meter lokaliseren - het wild oppakken en terugbrengen.
  • Proef H: apport over breed water. De hond moet een stuk wild apporteren dat op de andere oever is gevallen. Het water moet minstens 10 meter breed zijn, de hond moet zwemmend naar de overkant en heeft de valplaats niet gezien. Ook hier moet hij het wild binnen een redelijke tijd binnen brengen.

A-diploma

  • Proeven A t/m H plus:
  • Proef I: dirigeerproef te land. De hond wordt door de voorjager naar de valplaats van een stuk wild gedirigeerd. De voorjager krijgt van de keurmeester te horen op welk punt hij de hond moet afstoppen voordat hij hem/haar door mag sturen naar het wild.
  • Proef J: apport van verre loper over breed water. De hond moet een door een helper getrokken sleepspoor uitlopen en het aan het eind achtergelaten wild apporteren en terugbrengen naar de voorjager. De afstand van de sleep ligt tussen de 150 en de 300 meter, afhankelijk van de terreinomstandigheden. Tevens moeten er twee haken van 90 graden in zijn verwerkt.

(Bron: boekje JWC, behorende bij de werkproeven Appelscha 2003)

Meervoudige apporteerproeven (MAP)

Nog een graadje moeilijker zijn de meervoudige apporteerproeven. Deze worden in oktober gehouden. De hond moet al minimaal het KNJV-B-diploma hebben behaald. Per opdracht moet de hond twee stuks wild binnenbrengen. De opdracht bestaat dan bijvoorbeeld uit een combinatie van markeren en vrij verloren zoeken of een combinatie van waterwerk en dirigeren.

De Nimrod-proef

De Nimrod is een kunstmatige apporteerproef (er wordt met koud wild gewerkt), georganiseerd door de KNJV. Voor de proef kunt u niet inschrijven, deelnemers worden ervoor gevraagd en het is dan ook een hele eer om mee te mogen doen. Voor de proef wordt minimaal één hond per ras uitgenodigd, maar uitsluitend honden die in het afgelopen seizoen tenminste een KNJV-A-diploma hebben behaald. Bij de selectie worden alle officiële KNJV-proeven van het afgelopen seizoen meegewogen. Een hond mag in zijn leven maar één keer meedoen aan de proef. De Nimrod is dan ook de ‘proef der proeven’. Van de Friese honden hebben er slechts 2 meegedaan aan de Nimrod. Een paar jaar geleden een Wetterhoun, en heel lang geleden, in de zeventiger jaren, een stabij.

De moeite van het lezen waard

Over jachttraining zijn verschillende boeken/artikelen geschreven. Zonder hierbij volledig te willen zijn volgen een paar leestips:

  • De drie apporten - Tineke J. Antonisse-Zijda
  • Apporteren: samenspel - Johan Kraay
  • Het werk van staande jachthonden - Peter J. Eering
  • Jachthonden - Gerard van Klaveren
  • Serie artikelen in Onze Hond over jachttraining - Suzanne van Dijk

Alternatief: apporteersport

Niet iedereen zal gecharmeerd zijn van jachttraining (met dummy’s en dood wild trainen....), of beschikken over een jachthond. Er is een alternatief: apporteersport. Deze sport is geënt op de jachthondensport, maar is opengesteld voor alle honden. Er wordt gewerkt met houten en kunststof apporteerblokken en dummy’s en de sport kan op een ‘gewoon’ trainingsveld worden beoefend. De wedstrijden worden georganiseerd door de Federatie Hondensport Nederland. Meer informatie over apporteersport, de reglementen, de wedstrijden en de hondenclubs waar aan apporteersport wordt gedaan vindt u op de site van de Federatie Hondensport Nederland. Daarnaast is in de serie Over Dieren een boekje verschenen over deze sport, getiteld ‘Hondensport: apporteren’, ISBN 90-5821-075-8.

Uit het Frysk dagboek

Ook Auke heeft zich aan de jachthondentraining gewaagd. Alleen is hij op dit moment nog een ‘niet-apporterende-zijn-neus-voor-wild-ophalende-jachthond’. Lees meer over zijn belevenissen tijdens de jachttraining en het aanleren van apporteren in het Frysk dagboek. (Alle links openen in een nieuw venster.)

 

[Friese Stabij] [Nieuws uit het land] [Digitale vriendjes] [Mijn stamboom] [Frysk dagboek] [Hondse activiteiten] [Behendigheid] [Fietsen] [Jachttraining] [Vakantie] [Wandelen] [Onze boekenkast] [Links en agenda] [Gastenboek] [Stuur een e-card]